Archive for January, 2009

Adele Bloemendaal – De Lelijkheid

January 31st, 2009

De lelijkheid, als het zeldzaam was
De vraag erna was groot
Die nu niet is om aan te zien
Was dan een stuk of stoot

Meisje met je paardenbek
Vol groezelgeel ivoor
Op feestjes wordt geniet, genoot
In winkels dringt men voor

Refr.:
Schoonheid is niet wezenlijk
Zij vergaat heel snel
Blijvend is de lelijkheid
Dus onderhoudt haar wel, dus onderhoudt haar wel

De lelijkheid als het zeldzaam was
Men vond u mooi en puur
Gij monstertje, beleefde dan
Zo’n menig liefdesuur
Van mannen ziet ge slechts de nek

En nooit hun fonk’lend oog
Laat staan hun fiere apparaat
Voor u kwam het nooit omhoog

Refr.

De lelijkheid, als het zeldzaam was
Dan scheen voor u de maan
Kilometers penis zou er in uw nu verroeste schede gaan
Helaas gij zijt voor alsnog gedoemd tot zedigheid
Niet door uw sterk normbesef
Maar door uw lelijkheid

Refr.(2x)

DeliciousFacebookDiggTwitterMySpaceYiGGShare

Adele Bloemendaal – De Meisjes Van De Suikerwerkfabriek

January 31st, 2009

Zoetigheid is niets voor heren
Zo wordt dikwijls ons verteld
Maar ik wil u demonstreren
Dat het anders is gesteld
Dagelijks ziet men wachten
Bij een groot fabrieksterrein
Die het snoepen niet verachten
Doch er dol op zijn
Want slaat de klok vijf uur
Dan roepen zij vol vuur

Refr.:
Daar zijn de meisjes, ja de meisjes van de suikerwerkfabriek
In dat suikerwerk heeft elke heer wel zin
Dus staan wij altijd bij de uitgang van de suikerfabriek
Want de snoepjes van Jamin
Die pak je uit en pik je in

Ja, ja, mondje open, oogjes dicht, ha ha

Al die fijne, zoete dingen
In een fleurig kleed gehuld
Dat zijn pas versnaperingen
Waar een echte heer van smult
Wordt hem elders snoep geboden
Dan bedankt hij energiek
Maar hij laat zich geenszins noden
Bij de snoepfabriek
Dus als Jamin zich sluit
Roept hij vol blijdschap uit

Daar zijn die allerliefste meisjes van de suikerwerkfabriek
In dat suikerwerk heeft elke heer wel zin
Dus sta ik gaarne bij de uitgang van de suikerwerkfabriek
Want de snoepjes van Jamin
Die pak je uit en pik je in

Humoristisch en toch leuk, ha

Ieder kan zich hier vermaken
Zoals u begrijpen zult
Want men vindt er alle smaken
Fraai beschilderd en gevuld
Maar ik moet u doen bemerken
Dat er een gevaar in zit
Want bonbons en suikerwerken
Schaden het gebit
Dus peuzel met beleid
Als gij uw aandacht wijdt

Aan al die suikerzoete meisjes in de suikerwerkfabriek
Ook al zijn ze nog heerlijk in het begin
Ga niet te dikwijls naar de uitgang van de suikerwerkfabriek
Want de snoepjes van Jamin
Die ondermijnen het gezin

Refr.

DeliciousFacebookDiggTwitterMySpaceYiGGShare

Adele Bloemendaal – De Mens Leeft Van Z’n Hoofd

January 31st, 2009

De mens gebruikt zijn hoofd
Maar dat schiet vies te kort
Het is op z’n hoogst een luis
Die van jouw hoofd wat wijzer wordt
Mens is voor dit leven
Immers niet gehaaid genoeg
‘t Zal hem rammen geven
Waar hij nooit om vroeg

Verzin maar eens een plan
Gehaaid en klein en gis
Dan nog’ns zus en nog’ns zo
Maar steevast loopt het mis
Mens is voor dit leven
Immers niet doortrapt genoeg
Al z’n nobel streven
Eindigt in de kroeg

De jacht op het geluk
Is wielren op de baan

De hele wereld sprint
Maar het geluk fietst achteraan
Mens is voor dit leven
Lang niet gauw genoeg voldaan
Komt met al z’n streven
In z’n hemd te staan

De mens deugt voor geen cent
Dus sla hem op z’n kop
Misschien wordt op den duur
Die vent wel deugdzamer dan Job
Mens is voor dit leven
Immers toch niet goed genoeg
Blijft dus om het even
Timmer d’r maar op

DeliciousFacebookDiggTwitterMySpaceYiGGShare

Adele Bloemendaal – De Mens Leeft Van Z’n Hoofd

January 31st, 2009

De mens gebruikt zijn hoofd
Maar dat schiet vies te kort
Het is op z’n hoogst een luis
Die van jouw hoofd wat wijzer wordt
Mens is voor dit leven
Immers niet gehaaid genoeg
‘t Zal hem rammen geven
Waar hij nooit om vroeg

Verzin maar eens een plan
Gehaaid en klein en gis
Dan nog’ns zus en nog’ns zo
Maar steevast loopt het mis
Mens is voor dit leven
Immers niet doortrapt genoeg
Al z’n nobel streven
Eindigt in de kroeg

De jacht op het geluk
Is wielren op de baan
De hele wereld sprint

Maar het geluk fietst achteraan
Mens is voor dit leven
Lang niet gauw genoeg voldaan
Komt met al z’n streven
In z’n hemd te staan

De mens deugt voor geen cent
Dus sla hem op z’n kop
Misschien wordt op den duur
Die vent wel deugdzamer dan Job
Mens is voor dit leven
Immers toch niet goed genoeg
Blijft dus om het even
Timmer d’r maar op

DeliciousFacebookDiggTwitterMySpaceYiGGShare

Adele Bloemendaal – De Nachten Zijn Te Kort…

January 31st, 2009

De dageraad kriekt en het licht gaat weer uit
In het rose cafe op het plein
De jongens verdelen hun magere buit
En neurien zacht dit refrein

Refr.:
De nachten zijn te kort
Voor hun die van de zonde moeten leven
Zodra het daglicht wordt
Is het uit met hun duister bestaan
Slechts in de winternacht
Wordt de misdaad wat langer bedreven
Maar fluks breekt het voorjaar weer aan
En dan zijn de nachten weer te kort
Voor hun die van de zonde moeten leven

Dat is de ellende van het gangsterdom
Die eeuwige jacht om de poen
Want voor je het weet is zo’n nacht al weer om
En daar moet je het dan maar mee doen

Refr.

Veel zeggen er tegen dit leven adieu
Zij houden het niet langer vol
Degenen die blijven gaan in het millieu
Te gronde aan de alcohol

Refr.

Slechts in de winternacht
Wordt de misdaad wat langer bedreven
Maar fluks breekt het voorjaar weer aan
En dan zijn de nachten weer te kort
Voor hun die van de zonde moeten leven

DeliciousFacebookDiggTwitterMySpaceYiGGShare

Adele Bloemendaal – De Vleselijke Woning

January 31st, 2009

Als de balken gaan verzakken
Het behang dat bladdert af
Als de deurscharnieren piepen
Zwijgt de huisbaas als het graf
Last van tocht, last van lekkage
In de woning die hij gaf
De huisbaas denkt niet aan herstellen
Ook al peiger je het af

Refr.:
Want een mens woont in zijn lichaam
Maar hij heeft het maar te huur
En de grote stille huisbaas
Blijkt hardvochtig op den duur

Als de beenderen gaan vermolmen

De huid wordt schilferachtig wit
De huisbaas denkt niet aan een verfje
Ook niet als je smeekt en bidt
En al kraken je gewrichten
Zieke darmen, ziek gebit
De huisbaas valt niet te vermurwen
Niet door lekkage, niet door spit

Refr.

DeliciousFacebookDiggTwitterMySpaceYiGGShare

Adele Bloemendaal – De Werkelijkheid

January 31st, 2009

Het is haast zover
Nog even de Ster
De schijnwereld van de reclame
En dan is het tijd
Voor de werkelijkheid
Da’s andere koek voor een dame
Dan ziet ze geen wasgoed, nog witter dan wit
Dan ziet ze een wereld die zwart is als git
Een wereld die voos is, wormstekig en rot
Wacht, even een lepeltje thee in de pot

Klinkt straks de bekkenslag van het Journaal
Dan zit ik trouw aan de buis
‘t Is elke avond een droevig verhaal
Vol van rumoer en gedruis
Bittere armoe en bombardementen
Stakende arbeiders, boze studenten
Brandende dorpen en brandende steden
O, wat een hel is de wereld van heden!
Maar mijn man en ik, wij zeggen altijd:
Je mag je ogen niet sluiten voor de werkelijkheid

En toch, in ‘t begin
Was ‘k echt geen heldin
Temeer daar ik zwak van gestel ben
En niet veel verdraag
Met ‘t oog op mijn maag
Zodat ik vrij spoedig onwel ben
Hoe dikwijls heb ik niet de boel schoongemaakt
Omdat ik weer op het tapijt had gebraakt
Maar toch bleef ik kijken, naar rampspoed en nood
Al nam ik ook later een emmer op schoot

Soms als ik, bleek en verkild tot het bot
Achter het Nieuws gadesloeg

Werd ik wanhopig, en bad tot God
Aan wie ik nederig vroeg:
Here, aanschouw mijn benarde positie
Strakjes brengt Brandpunt een extra editie
Kunt u vanavond, bij wijze van spreken
Frits van der Poel niet een been laten breken?
Maar daad’lijk had ik alweer spijt
Je mag je ogen niet sluiten voor de werkelijkheid

‘t Was vrees’lijk, die tijd
Maar ‘k ben het nu kwijt
Omdat je aan alles gaat wennen
En wat er geschiedt
Geschokt ben ik niet
Ik laat me niet langer meer kennen
Ik drink van mijn thee, en geniet van mijn sprits
Ik kan tegen Herman, ik kan tegen Frits
En Televizier, en ook Hier en Nu
Ik vind niets te erg en ik vind niets te cru

Keiharde beelden van ‘t negerprobleem
Brengen mij niet in de knel
Zie ik een baby met hongeroedeem
Dan zeg ik enkel: Wel wel
En ik zeg: Lodewijk, moet je es kijken
Zie je die linker daar van die twee lijken?
Die draagt warempel jouw zondagse sokken
‘t Gas kan nu uit, want de thee is getrokken
Het is ook hoog tijd. Vooruit met de geit
Je mag je ogen niet sluiten voor de werkelijkheid

DeliciousFacebookDiggTwitterMySpaceYiGGShare

Adele Bloemendaal – De Zwaarte Doos

January 31st, 2009

Er is een vliegtuig neergestort vlakbij een bos
Het is daarstraks verdwenen van het radarscherm
De brokken liggen rond tot aan de snelwegberm
De lijken ruiken naar parfum en calvados
De reddingsploegen zoeken naar de zwarte doos
Een flight recorder waar het laatste uur op staat
Vertelt de rampenonderzoeker schaamteloos
Wat of een vliegtuig voelt dat net te pletter slaat

Ook in mijn leven vonden heel wat rampen plaats
Hoe vaak verdween ik plotseling niet uit het zicht
Lag ik weer eens in stukken in het ochtendlicht
Juist als het goed gaat word ik tegendraads
En ieder loopt te zoeken naar die zwarte doos
Die zwarte gast die straks mijn vluchtgedrag verklaart

Tot dan verzinnen de experts maar schaamteloos
Hoe of het voelt, over de kop slaan met zo’n vaart

Toch ben ik steeds na elke val weer opgestegen
Vloog zingend met hernieuwde kracht omhoog
Bij elk faillissement hield ik mijn ogen droog
En ook een felle brand ben ik gehard ontstegen
Nooit in het vuur gaan zoeken naar die zwarte doos
Ik wil niet weten wat mijn vluchtgedrag verklaart
Noem mij maar onbetrouwbaar en gewetenloos
Mij krijg je niet kapot, dat ligt niet in mijn aard

DeliciousFacebookDiggTwitterMySpaceYiGGShare

Adele Bloemendaal – De Zwarte Doos

January 31st, 2009

Er is een vliegtuig neergestort vlakbij een bos
Het is daarstraks verdwenen van het radarscherm
De brokken liggen rond tot aan de snelwegberm
De lijken ruiken naar parfum en calvados
De reddingsploegen zoeken naar de zwarte doos
Een flight recorder waar het laatste uur op staat
Vertelt de rampenonderzoeker schaamteloos
Wat of een vliegtuig voelt dat net te pletter slaat

Ook in mijn leven vonden heel wat rampen plaats
Hoe vaak verdween ik plotseling niet uit het zicht
Lag ik weer eens in stukken in het ochtendlicht
Juist als het goed gaat word ik tegendraads
En ieder loopt te zoeken naar die zwarte doos
Die zwarte gast die straks mijn vluchtgedrag verklaart

Tot dan verzinnen de experts maar schaamteloos
Hoe of het voelt, over de kop slaan met zo’n vaart

Toch ben ik steeds na elke val weer opgestegen
Vloog zingend met hernieuwde kracht omhoog
Bij elk faillissement hield ik mijn ogen droog
En ook een felle brand ben ik gehard ontstegen
Nooit in het vuur gaan zoeken naar die zwarte doos
Ik wil niet weten wat mijn vluchtgedrag verklaart
Noem mij maar onbetrouwbaar en gewetenloos
Mij krijg je niet kapot, dat ligt niet in mijn aard

DeliciousFacebookDiggTwitterMySpaceYiGGShare

Adele Bloemendaal – Dertig Jaar

January 31st, 2009

Ze hebben uitgerekend
Nog plusminus dertig jaar
En de mens wordt afgeschaft
Wat nu eens niet betekent
Dat een kwaaie god ons daar
Met zijn laatste oordeel straft
Nee, over dertig jaren rond
Dan stijgt het vuil ons tot de oren
En ‘t zal ons met z’n allen smoren
Totdat we stikken in de stront

Refr.:
Dertig jaar. Nog dertig jaar om ‘m te raken
Wat is nou dertig jaar om al je zonden goed te maken
Zo alles, wat je ‘n ander aan hebt gedaan
Daar is geen beginnen aan
Dertig jaar. Het lijkt heel wat, maar ‘t is maar even
Nog dertig jaar, en voor het menselijk leven
Is alles voorbij
Ach, ik voor mij
Mij zal het niet hinderen
Maar het blijft wel zielig voor de kinderen

Hoe gaat de mens ten onder
Fantasie van eeuwen her
Zwoel van noodlot en van strijd
Een god met vuur en donder
Of een botsing met een ster
Of een vleug heldhaftigheid
In een interplanetair gevecht
Nee, of de duvel ermee speelde
De drek van onze eigen weelde

Verzwelgt ons roemloos. En terecht

Refr.

‘t Is haast niet voor te stellen
Een aardbol met geen mens erop
De insekten aan de macht
Je kunt alleen voorspellen
Een sluipwesp met een Nixon-kop
Die de rode mieren slacht
En in de hemel zit vermoeid
De mens een beetje na te zeuren
Totdat ook daar de ingenieuren
Het leven hebben uitgeroeid

Dertig jaar. Dan is ‘t ook daar weer woningruilen
Want binnen dertig jaar zal ook de hemel wel vervuilen
Met al die snelle jongens van de industrie
Van reklame, Tros en chemie
Dertig jaar om bij bazuinmuziek te galmen
Slechts dertig jaar – amper genoeg voor alle psalmen
En weer is het voorbij
Ach, ik voor mij
Ik zal er niet om jengelen
Maar ik vind het wel zielig voor de engelen

DeliciousFacebookDiggTwitterMySpaceYiGGShare
Easy AdSense by Unreal